Hieronder het verhaal van René zoals hij dat in boekvorm heeft geschreven en heeft verteld tijdens een van de avonden van het nahcafé en waarbij hij heeft aangegeven dat dit verhaal op de site mag komen
HOOFD
Kun je zo 'n verandering wel aan
Proloog
Woordenboek
Kijken we heel analytisch, dan geeft Van Dale, het woordenboek dat ons al generaties lang vertelt wat woorden zouden moeten betekenen, de volgende omschrijvingen:
Hoofd:
1. Bovenste deel van het menselijk lichaam
2. Verstand
3. Eerste, met de leiding belaste, voornaamste persoon persoon
5. Het bovenste, voorste gedeelte van iets
Op papier ziet het er overzichtelijk uit. Gerubriceerd, vijf definities. Keurig, bijna zakelijk. Maar wie werkelijk stil durft te staan bij wat dat woord betekent in het dagelijks leven, bij wat zich daarbinnen afspeelt, merkt al snel dat geen enkel woordenboek de lading dekt.
Want het hoofd is meer dan het bovenste deel van ons lichaam. Het is ook het deel dat we het slechtst begrijpen. Het deel dat ons stuurt, ons tegenhoudt, ons op de been houdt of juist onderuithaalt. Binnenin, waar we niet kunnen kijken, gebeurt alles wat wij als ‘leven’ herkennen: waarnemen, beslissen, opslaan, vergeten, leren, voelen, falen, opnieuw proberen. Het is het centrum van ons bestaan, het besturingsmechanisme dat vrijwel alles bepaalt en dat we meestal pas aandacht geven als het misgaat.
Denk er eens over na: de evolutie van de mens, onze vooruitgang, al het mooie maar ook al het verschrikkelijke dat wij elkaar en de wereld hebben aangedaan, het begon allemaal hier. In dat kleine afgesloten universum achter ons voorhoofd. Grote hersenen, kleine hersenen, de hersenschors, de hersenstam: stuk voor stuk schakels in een keten die al miljoenen jaren gevormd wordt. Dankzij die keten hebben we kunst, wetenschap en liefde. Maar door dezelfde keten kennen we angst, verlies, ziekte en oorlog. En ergens tussen die uitersten bevindt zich het leven zoals het meestal is of zou moeten zijn. Het dagelijkse leven. Niet spectaculair, maar kostbaar. Het leven waarin een mens denkt dat alles vanzelfsprekend is totdat iets in dat hoofd plotseling stokt. Een signaal. Een fout. Een beroerte. En van het ene moment op het andere blijkt die evolutie helemaal niet zo vanzelfsprekend. Dan wordt het hoofd, dat ons altijd zo trouw heeft gediend, ineens een mysterie dat we opnieuw moeten leren kennen.
Die ontdekking komt nooit op een goed moment. Er bestaat geen dag waarop iemand denkt: Laat ik vandaag maar eens een cerebrovasculair avontuur aangaan. Nee, het overkomt je. Je hebt geen inspraak, geen keuzemenu en geen bedenktijd. En toch of misschien juist daardoor begint daar vaak het echte inzicht. Niet het soort inzicht dat je in een boek leest of op televisie ziet. Maar een inzicht dat van binnenuit komt. Rauw, confronterend, eerlijk. Het inzicht dat het leven niet langer vanzelfsprekend is en dat het hoofd, dat kwetsbare wonder, meer aandacht verdient dan het ooit heeft gekregen. Voor hem begon het met woorden die hij nooit had willen horen. Woorden als ‘ischemisch’, ‘hersenstam’ en ‘functieuitval’. Ze klonken technisch, bijna afstandelijk. Maar de gevolgen waren dat niet. De gevolgen waren tastbaar, voelbaar, aanwezig in elke minuut van de dag. Duizeligheid, evenwichtsproblemen, slepend spreken, moeilijk slikken, tintelingen, vermoeidheid. En dan nog eens alle andere gevolgen. Het woordenboek geeft geen omschrijving voor het moment waarop jouw eigen lichaam ineens onbetrouwbaar aanvoelt. Geen definitie voor het verlies van vanzelfsprekendheid.
En toch leer je. Je moet wel. Want zelfs op momenten dat het hoofd hapert, blijft de wil om te begrijpen bestaan. Misschien is dat wel de meest menselijke eigenschap van allemaal: blijven zoeken naar betekenis, ook wanneer de woorden tekortschieten. Dat is waarom dit boek geschreven is. Niet om te klagen of om medelijden te zoeken, maar om inzicht te delen. Zijn inzicht. Wat het betekent als het hoofd, dat meest vanzelfsprekende deel van ons lichaam, plotseling verandert. Wat er gebeurt wanneer je opnieuw moet leren vertrouwen op iets wat je nooit eerder ter discussie stelde. En vooral: wat je ontdekt wanneer je op leeftijd, met alle ervaring van jarenlang leven, alsnog opnieuw moet beginnen.
Maar één ding is zeker: je bent nooit te oud om te leren. Dat gezegde blijkt meer waarheid te bevatten dan hij ooit had kunnen vermoeden.
Wat fijn om het nog eens na te kunnen lezen. Dank je wel René voor het delen en dank je wel Paul voor het publiceren.